Is jouw streefgewicht realistisch?

De zomer is weer in aantocht. Waar we in januari onze goede voornemens stellen, zijn ze rondom deze periode vaak allang verloren gegaan en schieten we eind april in de bikinistress. Iedereen heeft wel een ideaal beeld in zijn/haar hoofd van hoe je lichaam eruit moet zien. Net even iets strakker, iets ronder, iets slanker, iets groter en ga zo maar door. Nou kunnen we aan sommige dingen, zonder operaties, niets veranderen. Aan sommige dingen ook wel, bijvoorbeeld je lichaamsgewicht!

Maar is jouw streefgewicht eigenlijk wel realistisch?

Om te berekenen of jouw gewenste lichaamsgewicht aan de eisen van BMI voldoet zijn er twee rekensommetjes. Voordat ik ze met je deel gaan we eerst even naar het begin.

BMI, oftewel Body Mass Index, wordt uitgedrukt in kilo per vierkante meter. De normaalwaarden die hieraan gekoppeld zijn, zijn voor mannen en vrouwen gelijk. Dit is ongeacht je leeftijd, en het zegt ook niets over je lichaamssamenstelling, zoals je vetpercentage, viscerale vet, spiermassa en vochtwaarden. Heel eerlijk… BMI zegt dus eigenlijk vrij weinig. Ik ben niet de enige die er zo over denkt. The American College of Physicians heeft namelijk hetzelfde geconcludeerd. Uit hun studie onder ruim 54.000 mensen bleek zelfs dat sterftekans hoger is wanneer je vetpercentage hoger is, maar wel in de juiste waarden voor BMI valt. Interessant natuurlijk, want vrijwel alle cijfers over overgewicht worden immers gebaseerd op het BMI. Maar voor gezondheidsrisico’s kan er dus beter gekeken worden naar het vetpercentage en het viscerale vet.

Wat zijn de ideale waarden voor vet-, vocht en spiermassa?

Het viscerale vet is het vet dat zich tussen de organen bevindt. Het werkt als stootkussentjes voor onze organen en biedt bescherming. Maar wanneer we te zwaar zijn, dan heeft men van dit vet vaak veel te veel. Juist dit vet zorgt voor het grootste risico op ziekten. Dit getal zien we dan ook liever niet boven de 13 uitkomen, maar ligt ideaal gezien het liefst rondom de 7 of lager.

Naast visceraal vet hebben we natuurlijk nog het lichaamsvet, dat bijvoorbeeld op onze buik, billen en benen zit. Juist, dat vet dat je kan vastpakken. De normaalwaarden daarvan worden uitgedrukt in percentages, zijn voor mannen en vrouwen verschillend en zijn opgedeeld in vier categorieën: te laag, normaal, te hoog en veel te hoog.

Streefgewicht_PowerSlim_Volwassen_vrouwen

Streefgewicht_PowerSlim_Volwassen_mannen
Voor vocht zijn de ideale waarden als volgt in de tabel hieronder, echter zien we in de praktijk dat de meeste mensen niet boven de 50% uitkomen. Op de waarden heb je niet zo heel veel invloed. Er wordt vaak gedacht dat je dit vocht enorm omhoog kan krijgen door meer te drinken. Helaas is dat niet zo. Het stijgt wel iets, maar je gaat ook simpelweg meer naar het toilet om te plassen.

Streefgewicht_PowerSlim_Volwassen_vrouwenmannen

Je lichaamsvocht is ook afhankelijk van je spiermassa. Een gedeelte van je lichaamsvocht is daar namelijk opgeslagen. Hoe hoger je spiermassa, hoe hoger je verbranding in rust. Dat wil zeggen, des te meer calorieën verbruik je.

Terug naar BMI en je streefgewicht

De normaalwaarden van BMI liggen tussen de 18,5 kg/m2 en 25 kg/m2. Scoort iemand en BMI onder de 18,5kg/m2 dan spreken we van ondergewicht. Scoort iemand een BMI tussen de 25 en 30kg/m2 spreken we van overgewicht. Ligt de score boven de 30kg/m2? Dan spreken we over obesitas.

Hoe bereken je je BMI? Heel simpel. Pak een rekenmachine (op je telefoon) en deel je lichaamsgewicht in kilo’s door je lengte in centimeters. Druk op het symbool “=” en deel dat getal nogmaals door je lengte in centimeters.

Kom hier een getal uit tussen de 18,5 en 25? Dan zit je volgens de BMI waarden dus perfect!

Met dit sommetje kun je dus ook heel gemakkelijk uitrekenen of je gewenste gewicht binnen de BMI normaalwaarden valt, namelijk je gewenste gewicht invoeren en dezelfde rekensom gebruiken. Maar je kan hiermee nog meer. Je kunt ook uitrekenen welk gewicht te laag is en welk gewicht te hoog is. Ik hoor je denken; hoe dan?

De ondergrens voor jouw lengte:
Je lengte in centimeters x je lengte in centimeters = ….. x 18,5

De bovengrens voor jouw lengte:
Je lengte in centimeters x je lengte in centimeters = ….. x 25

Buikomtrek

Inmiddels weten we dat lichaamssamenstelling veel meer zegt dan het woordje BMI. Maar daarin hebben we een belangrijk punt nog niet aangestipt. Namelijk je buikomtrek! Je buikomtrek geeft meer weer dan je denkt. Het is namelijk een indicatie voor het risico op veel welvaartziekten, zoals bijvoorbeeld diabetes mellitus type 2.

Met diverse lichaamsmetingen kunnen we in kaart brengen wat ons ideaal zou zijn. Voor de buikomtrek geldt voor de vrouwen onder ons:
Normaal: 60 – 80 cm
Stijgend risico: 80 – 88 cm
Hoog risico: > 88 cm

Streefgewicht_PowerSlim_Figuur1_vrouw

Voor de mannen:

Normaal: 69 – 94 cm
Stijgend risico: 94 – 102 cm
Hoog risico: > 102 cm

Ben je benieuwd naar jouw waarden? Meet je buikomtrek eens! Leg de centimeter precies tussen je onderste rib en je heupbotje. Als het wat lastig is, gebruik dan het punt waarop je lichaam buigt als je naar links en rechts beweegt met je bovenlijf.

Met alle rekensommetjes kun je dus nagaan of jouw streefgewicht realistisch is, maar het is natuurlijk ook een stukje theorie dat niet altijd op gaat in de praktijk. Want wanneer wil je dit streefgewicht bereikt hebben? Wanneer heb je dat gewicht voor het laatst gewogen? Hoe lang heb je dat gewicht toen vastgehouden? Hoe voelde je je daarbij? Wat is de reden dat je dat gewicht wil bereiken? Is het tijdsbestek om het te bereiken realistisch?

Wees niet te streng voor jezelf. Stel een doel dat je goed kunt bereiken en vooral kunt vasthouden. Ben trots op jezelf zoals je nu bent en kijk met plezier naar een nog betere versie van jezelf in de toekomst. Maak je afslanktraject een feestje en geniet van kleine successen! Afslanken gaat het allerbeste met de juiste stok achter de deur en een coach om je te motiveren, want met de juiste steun overtref je jezelf!

Bron: Relationship Among Body Fat Percentage, Body Mass Index, and All-Cause Mortality: A Cohort Study